Faalangst: negatief of positief

Leren lopen. We hebben allemaal geleerd hoe dat moet. Maar stel jezelf eens voor dat je als baby dacht: “Pfff, dat loslopen lijkt me wel héél erg moeilijk, zou ik dat wel kunnen en wat als ik het niet kan?”. Dat je als baby zou bang bent om te falen dat je gewoon niet eens begint met leren lopen. Dat je nu kruipend door het leven gaat vanwege faalangst.

Dat is moeilijk voor te stellen, toch. En dat klopt, want zo denk je niet als baby. Tuurlijk, we raken als baby wel eens gefrustreerd omdat met poging honderd het nog niet is gelukt. Maar opgeven omdat je bang bent om te falen… Nee, dat gebeurt niet. Als baby ken je namelijk nog geen angst om te falen.

Gek dat we later wél over veel dingen zo denken. Dat we bang zijn om fouten te maken, om te falen. Dat we soms er zelfs helemaal niet aan beginnen. Dat we de standaard voor onszelf zo hoog leggen dat we het nooit halen. Of situaties gaan vermijden of dingen niet aan anderen durven te laten zien.

Angst voor falen kan vanaf het zesde jaar ontstaan. Vanaf deze leeftijd kunnen kinderen namelijk gewetensangst krijgen bij een schaamte- of schuldgevoel. Kinderen worden dan gevoeliger voor meningen van anderen. Ze kunnen bang worden om ergens in te mislukken.

Positieve of negatieve angst voor falen

Falen, fouten maken. Het is niemands zijn of haar favoriete bezigheid. Toch heeft deze vorm van angst iets positiefs. Het kan je motiveren om het zo goed mogelijk te doen. Om beter te functioneren, of beter te concentreren. Bij positieve faalangst is er sprake van gezonde spanning.

Het wordt echt een probleem wanneer je kind er veel fysieke en mentale hinder van ondervindt. Fysiek zoals buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid. Mentaal zoals somberheid, concentratieproblemen, piekeren. Het kan zo erg worden dat je kind specifieke situaties gaat vermijden. We spreken dan over negatieve faalangst.

Onbehandeld negatieve faalangst zorgt ervoor dat je kind een laag zelfbeeld krijgt en weinig vertrouwen heeft in zichzelf. Kinderen die zo bang zijn om fouten te maken, worden tunneldenkers. Ze denken alleen nog maar aan hetgeen waarvoor ze bang zijn dat gaat mislukken. Er is daardoor geen ruimte meer voor leuke dingen.

Ze schrijven negatieve resultaten toe aan interne factoren zoals doorzettingsvermogen. Ofwel factoren die zij kunnen beheersen. Positieve resultaten schrijven ze toe aan externe factoren zoals toeval of geluk. Ofwel factoren waar zij geen controle over hebben.

Over de auteur

Michelle

Ik ben Michelle van der Meer (1983) en ik heb in mijn leven te maken gehad met diverse mentale ontregelingen. Mijn hele leven heb ik verschillende therapieën gehad. Door zo aan mezelf te werken, heb ik de afgelopen 10 jaar me verdiept in wat mentale ontregeling precies inhoudt. Waarom we mentale ontregeling ervaren, hoe het zich uit en hoe we er mee om kunnen leren gaan. Door deze verdieping is bij mij de sterke overtuiging ontstaan dat het niet de bedoeling is om met mentale ontregeling te leren leven. Sterker nog, ik geloof dat het boodschappen van het lichaam zijn dat er iets niet goed is. En dat wij er (weer) naar leren luisteren.

Misschien vind je ook leuk...