Zullen we stoppen met de prestatiemaatschappij?

We hebben het eerste rapport van onze zoon ontvangen. Belangrijk om te weten is dat onze zoon 7 jaar is en in groep 3 zit. Hij sinds dit schooljaar pas begonnen is met leren lezen, schrijven en rekenen. Dit is belangrijk om te weten, want het rapport heeft heel wat bij mij getriggerd.

Het rapport bestaat uit vijf pagina’s, bestaande uit uitleg, grafieken, kleuren, cijfers en een minuscuul stukje tekst van de docent. Ik neem het rapport door en de eerste pagina’s zijn voor mij duidelijk. Totdat ik op de pagina kom met allerlei grafieken, zoals onderstaande afbeelding.

Ik bekijk de grafieken maar ik heb werkelijk geen idee wat hier staat. Die bolletjes en kleuren doen me eerder denken aan chakrapunten. Op basis van de bovenste grafiek zijn de chakrapunten van onze zoon goed aligned 🤭 Maar serieus waar kijk ik naar? Wat is dit? Wat vertelt deze grafiek mij? (gelukkig hebben we binnenkort een gesprek met de docent die mij dit kan uitleggen)

Vervolgens blader ik door en kom ik op onderstaande pagina terecht, waarop de beoordeling van de motorische en bewegingsvaardigheden van onze zoon van zeven staat.

Bij mij rijzen weer veel vragen op. Waarom moet een kind van deze leeftijd beoordeeld worden op hoe goed hij kan stilstaan? Wat is stuiten? Waarom moet hij vergeleken worden met anderen?

Na het hele rapport door te hebben genomen, ziet mijn gezichtsuitdrukking er waarschijnlijk heel cartoonesk achtig uit; ogen die uit hun oogkassen puilen, onderkaak die helemaal tot aan de grond reikt, stoom dat uit mijn oren komt en vraagtekens die boven mijn hoofd cirkelen. Mijn man kijkt me aan en al struikelend over mijn woorden vertel ik hem dat dit rapport voor mij symbool staat voor wat er mis is met de maatschappij.

Waarom moeten kinderen van 6, 7 jaar nu al langs een meetlat worden gelegd? Let wel, ik heb niets tegen gezonde competitiviteit. Maar wel tegen kinderen onnodig tegen elkaar te laten concurreren – want wat als je niet minimaal het landelijk gemiddelde haalt – en ze zo leren dat prestatie het belangrijkste is en succes en geluk alleen zo bereikt kunnen worden, waardoor ze angstige mensjes worden met faalangst, ongezond perfectionisme en andere mentale problemen. “Hallo toekomstige mentaal instabiele volwassenen. Reserveer nu alvast je plekje op de wachtlijst voor de GGZ.”

Een mens – hoe jong of oud ook – is niet in grafieken, vragenlijsten en allerlei testjes te vangen. Zoals de titel van het boek van Floortje Scheepers (hoogleraar innovatie in de GGZ) het al aangeeft: Mensen zijn ingewikkeld. Met de subtitel Een pleidooi voor acceptatie van de werkelijkheid en het loslaten van modeldenken.

Op basis van de grafieken met de “chakrapunten” leren we onze kinderen om in drie minuten zoveel mogelijk woorden te lezen. Waarom? Waarom is snelheid zo belangrijk? Ik heb liever dat onze zoon de woorden goed kan uitspreken en weet wat ze betekenen. Wat heb je er aan als je in drie minuten 100 woorden kunt hardop lezen, maar je de helft daarvan niet weet wat het betekent…?

Wat me ook zo fascineert in dit rapport, is dat onze zoon van 7 jaar net zo goed stilstaan rechts kan als een kind van 11 jaar. En hij net zo goed kan stuiten (?) als een kind van vier jaar. Wat heeft onze zoon hieraan? Waarom is stilstaan zo belangrijk? Zeker op deze jonge leeftijd. Mits je een levend standbeeld op de Dam wilt zijn.

Verder is onze zoon beoordeeld op doelspelen (hockey, basketbal) en netspelen (badminton, volleybal) met respectievelijk minimaal niveau en heeft nog hulp nodig. Ik ken onze zoon en ik weet hij gaat de niet de nieuwe Messi, LeBron James of Teun de Nooijer worden. In ieder geval nu nog niet en als het nooit gebeurt is dat ook goed. Hij zal gaandeweg zelf ontdekken welke sport hij leuk vindt om te doen en goed in is. Vanuit intrinsieke motivatie een sport beoefenen is vele malen beter dan gedwongen een sport goed te moeten kunnen (doen). Wie weet wordt onze zoon de nieuwe Epke Zonderland. Tijd zal het ons vertellen.

Zullen we stoppen met deze prestatiemaatschappij? Zullen we onze kinderen – en ook onszelf – leren dat we goed genoeg zijn door er alleen maar te zijn en niet om onze prestaties. Dat geluk geen doel op zich is, maar we het kunnen vinden in onszelf als in de kleine (en grote) dingen in het leven. Dat succes niet te meten is in materiële bezittingen.

Zelf heb ik te maken (gehad) met faalangst, zeer ongezond perfectionisme en nog wat andere mentale ontregelingen. De voedingsbodem hiervoor is zo’n 30 jaar geleden gemaakt. Ik leerde dat presteren – ofwel het brein, de ratio – het allerbelangrijkste is. Dat gevoelens, emoties en de rest van het lichaam ondergeschikt zijn. Er niet echt toe doen. “Welkom, gevoel ik ben niet goed genoeg”. Jaren later ben ik nog steeds bezig met wat toen is ontstaan een soort van ongedaan te maken. De uren therapie die ik er tegenaan heb gegooid… Laat staan hoeveel geld ik ervoor heb uitgegeven (but it was all worth it). En nog steeds doe.

Op Instagram kwam ik onderstaand gedicht tegen van de Arnhemse stadsdichter Jesse Laport:

Daarbij schreef hij onderstaande tekst:

Jesse, dankjewel! Dit is precies hoe ik er ook over denk. Want als ik terugkijk op mijn leven tot nu toe, dan had ik liever heel veel andere dingen geleerd. Zoals hoe een hypotheek in elkaar steekt, hoe ik belastingaangifte doe, waar ik op moet letten als ik een verzekering afsluit of een contract aanga. En dit zijn alleen nog de praktische zaken. Want wat ik ook heel graag had willen leren als kind is over emoties en gevoelens, vanuit liefde leven in plaats vanuit angst, hoe ik in verbinding kom en blijf met mezelf als ook met andere.

Ik ben netjes alle scholen afgegaan: basisschool, middelbare school en Hoger Beroepsonderwijs (HBO). Bij alledrie een diploma behaald. En tijdens mijn werkende leven bleef ik doorgaan. De ene training na de andere cursus volgde ik. Maar geen enkel heeft mij kunnen voorbereiden – als dat al zou kunnen – op het echte leven.

Het huidige onderwijssysteem is naar mijn inziens niet meer passend. Uiteraard blijft het belangrijk dat onze kinderen leren lezen, schrijven en rekenen. Dit zijn vaardigheden die ze de rest van hun leven heel goed kunnen gebruiken. Maar kan het onderwijs geen mix worden van het rationele en het emotionele? Dat kinderen ook leren over emoties: welke emoties we zijn, waar we ze in onze lichaam voelen, wat ze ons willen zeggen en hoe we ermee om kunnen gaan (laten uitstromen). Ik had namelijk liever geleerd hoe mijn autonome zenuwstelsel werkt en hoe trauma in mijn lichaam wordt opgeslagen en hoe ik mijn emoties kan reguleren, dan dat ik weet hoe de ingewanden van een kikker eruit zien.

Kortom, is het mogelijk om een onderwijssysteem te hebben dat onze kinderen voorbereid op de “echte school”? Namelijk die van het leven.

Over de auteur

Michelle

Ik ben Michelle van der Meer (1983) en ik heb in mijn leven te maken gehad met diverse mentale ontregelingen. Mijn hele leven heb ik verschillende therapieën gehad. Door zo aan mezelf te werken, heb ik de afgelopen 10 jaar me verdiept in wat mentale ontregeling precies inhoudt. Waarom we mentale ontregeling ervaren, hoe het zich uit en hoe we er mee om kunnen leren gaan. Door deze verdieping is bij mij de sterke overtuiging ontstaan dat het niet de bedoeling is om met mentale ontregeling te leren leven. Sterker nog, ik geloof dat het boodschappen van het lichaam zijn dat er iets niet goed is. En dat wij er (weer) naar leren luisteren.

Misschien vind je ook leuk...